Menu

Buurtverhaal:

Kabouter Kwebbel ontdekt het licht (2018)

Adrie Brands
Gepubliceerd op 26 juni 2018 , 166x gelezen

In de bossen tussen het Boshuis en het Oud meer kun je, wanneer je geluk hebt kabouters ontmoeten. Dit geluk had ik enkele dagen geleden. Ik ontmoeten hier een kabouter en deze vertelde mij het volgende verhaal:

Het was rond 1645,mijn betovergrootvader, kabouter Kwebbel, lag lekker op zijn rug inhet warme najaarszonnetje. Hij mijmerde over de naderende winter, de kortere dagen en de koude lange nachten. Hij zou dan weer lange tijd vroeg naar bed moeten want zonder licht waren het vervelende avonden. Kwebbel hield niet van de winter.

Plotseling hoorde Kwebbel een doordringend gezoem. Wat zou dat zijn, het leken wel bijen of hommels, maar dan een hele boel. Kwebbel besloot oponderzoek uit te gaan, want hij was een heel nieuwsgierige en ondernemende kabouter. Toen hij in de richting liep van waar het geluid kwam, schrok hij heel erg. De heide stond in brand en het vuur liep, voortgedreven door de stevige wind, in een flink tempo vooruit, een zwart geblakerde vlakte achter zich latend. Midden in het vuur stond een grote boom met net onder de takken een hol. In dit hol was een bijennest, hier rondom gonsden een grote zwerm bijen. Door de hitte van het vuur was de honing en de was in het hol aan het smelten en droop deze uit het hol, langs de stam naar beneden. Gelukkig trokhet vuur verder en nam de hitte, door het het koelen van de drukfladderende bijen, snel af. De bijen gingen het nest weer in om te redden wat er te redden viel.

Kwebbel keek aandachtig rond. Wat gebeurden hier allemaal? Onder aan de boom had de gesmolten  was een hoopje gevormd en midden in het hoopje was stak een stukje boombast omhoog. Overal rondom de boom was het vuur al gedoofd maar het stukje bast branden nog. Het branden maar hetverbranden niet, de was werd wel minder. Kwebbel vond dit allemaal heel fascinerend, hier wilde hij meer van weten. Hij verzamelde zoveel was als hij kon en nam dit mee naar zijn huisje. Hij smolt de was en goot dit in een kopje. Omdat de boombast toch niet zo geschikt was als lontje, ging hij experimenteren met allerlei andere materialen. Een paar draadjes uit zijn trui, opgedraaid gras en  de kern van de pitrus, een plant die op drassige grond in de buurt groeide. Het resultaat van het experimenteren werd steeds beter en na een paar weken had Kwebbel een prima kaars ontwikkeld. Nu kon hij in de winter langer opblijven en lekker lezen, bij zijn lustig snorrende kacheltje, met een pijpje in zijn mond.

Reacties

Ruud 7 juli 2018
Adrie, leuk verhaaltje. Ik vraag mij nu zelfs af of ze echt bestaan hebben.


Bekijk alle verhalen in je buurt »